Onderzoek: kwart sportverenigingen heeft geen AED

UTRECHT (ANP) – Zo’n twee derde van de sportverenigingen heeft een AED, meldt het Mulier Instituut. Bijna een kwart heeft het apparaat, dat het hartritme kan herstellen als iemand een hartstilstand krijgt, niet in huis.

Nog eens bijna 10 procent van de verenigingsbestuurders die het instituut voor sportonderzoek ondervroeg, weet niet of er een AED op de vereniging is of noemt het ‘niet van toepassing’. Verenigingen zonder zo’n apparaat in huis noemen het vaakst de kosten als reden om van aanschaf af te zien.

“Om de overlevingskans van mensen met een hartstilstand groter te maken en te zorgen dat ze er zo min mogelijk schade aan overhouden, is het van belang zo snel en effectief mogelijk te handelen”, zo stelt het Mulier Instituut. “Het gebruik van een AED draagt hieraan bij.”

Jonge sporters

Het instituut deed onderzoek onder 436 verenigingsbestuurders. De groep is volgens de onderzoekers representatief voor sportverenigingen in Nederland.

Een andere reden om geen AED aan te schaffen is voor de bestuurders dat er voornamelijk jonge mensen bij de sportvereniging komen en dat het apparaat nog nooit nodig is geweest. Volgens het Mulier Instituut zou een subsidie voor AED’s verenigingen kunnen overhalen om er toch een aan te schaffen. Ook kan “bewustwording van het risico op een hartstilstand, ook bij (jonge) sporters of bezoekers” verenigingsbestuurders mogelijk overtuigen.
Bron: ANP 2023

Harteraad: telemonitoring prima alternatief voor hartpatiënten

Het is al een paar dagen in het nieuws. Met name veel hartpatiënten mijden de ziekenhuizen en zorginstellingen. En dan gaat het niet over mensen die zich aan de regel om zoveel mogelijk thuis te blijven en social distancing in acht te nemen. Op de spoedeisende (hart) hulp is het aantal patiënten in een paar weken bijna gehalveerd. De angst om besmet te raken met het coronavirus is een van de redenen daarvoor.

Telemonitoring kan een goed alternatief zijn voor veel hartpatiënten die nu vanwege corona niet naar het ziekenhuis durven te gaan.

Hartpatiënten behoren tot de doelgroep van kwetsbare personen. In dat opzicht is de voorzichtigheid wel te begrijpen. Echter, cardiologen en ziekenhuizen dringen er op aan om in geval van (ernstige) klachten toch contact op te nemen en indien nodig ook naar de SEH te komen. In alle ziekenhuizen zijn de reguliere en corona afdelingen strikt gescheiden. De kans op besmetting is daardoor nihil. Daarnaast kan ook het uitbreiden van oplossingen als telemonitoring een prima alternatief bieden.

Niet behandelen vergroot kans op schade

De voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC, Bert van Rossum stelt tegenover de NOS: “Mensen die thuis een infarct doormaken en niet meteen worden behandeld, lopen blijvende schade op. Ze kunnen hartfalen of ritmestoornissen ontwikkelen en dat betekent dat hun kwaliteit van leven echt vermindert. Zet uw angst opzij en meld uw klachten toch. Dan zien we wel of u naar het ziekenhuis moet. Wij doen er alles aan om een veilige omgeving te maken, zodat u niet besmet kan worden met het coronavirus.” Van Rossum benadrukt dat dit ook geldt voor andere neurologische aandoeningen zoals tia’s, beroertes of hersenbloedingen.

Telemonitoring hartpatiënten

Voor patiënten die echt te angstig zijn, hoewel daar dus geen echte aanleiding voor hoeft te zijn, kan zorg op afstand zoals via een teleconsult, videobellen of telemonitoring een eerste uitkomt bieden. Daarvoor moet onder andere gekeken worden of cardiologen een rol kunnen spelen bij het eerste telefonisch contact.

“Als patiënten een afspraak afzeggen praten ze meestal niet met de medisch specialist, maar met iemand die afspraken plant. Dan is er geen inhoudelijk medisch gesprek. Ik zou de cardiologen willen oproepen na te denken of ze daar een rol in kunnen spelen. Het gaat erom dat die mensen de geruststelling hebben om die stap te maken”, aldus directeur Anke Vervoord van Harteraad.

Telemonitoring kan ook een prima alternatief zijn. Dat wordt voor bij patienten met hartfalen, volgens Vervoord, nog maar op een kleine schaal toegepast. De hartpatiënten worden dan op afstand bewaakt. Binnen het Spaarne Gasthuis loopt sinds enkele maanden een telemonitoring project voor hartpatiënten.

Tijdens die pilot meten de patiënten zelf, thuis, regelmatig de hartslag, bloeddruk en, op een speciale weegschaal, gewicht. De resultaten worden ingevoerd in een app. Die informatie wordt automatisch naar het ziekenhuis gestuurd zodat de zorgverlener de patiënten op afstand kunnen monitoren.

Bron: ICT&Health 07/2020

‘AED-netwerk is uitgebreid, maar nog niet dekkend’

Het aantal automatische externe defibrillators (AED) op straat is toegenomen, maar het netwerk is nog niet dekkend. De Hartstichting en HartslagNU hebben in kaart gebracht waar er nog AED’s moeten komen.

Er zijn nu ongeveer 22.000 AED’s die zijn aangesloten bij oproepsysteem HartslagNU, in oktober waren dat er nog zo’n 20.000. Volgens de organisaties zijn er nog 1775 zones in Nederland waar geen AED binnen 500 meter hangt, mocht iemand er een hartstilstand krijgen.

Dubbel

De Hartstichting verwacht het dubbele van 1775 AED’s nodig te hebben, omdat de apparaten niet altijd precies in het midden van de zones kunnen worden geplaatst. Een AED kost circa 1500 euro.

Dat het aantal defibrillatoren is toegenomen, is volgens de Hartstichting te danken aan de betrokkenheid van veel Nederlanders. “Burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties: we zijn samen zo ver gekomen”, zegt projectleider Marianne Spoelstra.

Het AED-netwerk heeft ervoor gezorgd dat de kans op overleven bij een hartstilstand is gestegen. In de jaren 90 was dat 9 procent en nu bijna 25 procent. Jaarlijks krijgen zo’n 17.000 mensen buiten het ziekenhuis een hartstilstand.
Bron: NOS 6/07/2020

Hartstichting: nog 5000 AED’s nodig

Er zijn vijfduizend extra AED’s nodig om in Nederland een goed dekkend netwerk van hulpverlening te krijgen bij een hartstilstand, zegt de Hartstichting. De organisatie roept buurtbewoners op samen een AED aan te schaffen, bijvoorbeeld door middel van crowdfunding. Een AED kost circa 1500 euro.

Bij een hartstilstand is de overlevingskans het grootst wanneer direct 112 wordt gebeld en binnen 6 minuten wordt begonnen met reanimeren met behulp van een automatische externe defibrillator (AED). Dit draagbare apparaat kan in het geval van een hartstilstand een elektrische schok geven, zodat het hartritme wordt hersteld.

Op dit moment zijn er bijna 20.000 AED’s in Nederland en 240.000 geregistreerde burgerhulpverleners die kunnen worden opgeroepen in het geval van een hartstilstand. Zij zijn gemiddeld 2,5 minuten sneller bij een slachtoffer dan de ambulance.